HET VERHAAL VAN DE WATERDRAAGSTER.

De hele week is de oudste mij al om 6 u ’s morgens komen halen, en
elke oude persoon die ze kent, brengen we water, een glaasje. Zij
verfrist de mensen met een extra wasbeurt en omkleden, ’s middags
en s’avonds doen we hetzelfde en dit doet ze tussendoor haar eigen
job.
Ik zorg dat er water staat, een glaasje, doe even venster open of
dicht, gordijnen, noem maar op. Zo zijn de vergeten oudjes ook ge-
holpen.
Dit is een verhaal dat iemand van mijn correspondentie groep me
toestuurde tijdens de afgelopen hitte periode. Mooi, heel mooi, de
aandacht voor een zwakke groep van ouderen, die al ons respect ver-
dienen maar zo gemakkelijk vergeten geraken. Wie denkt er nu nog
aan al die inzet welke deze mensen ons deden in de na-oorlogse
periode, en zo opbouwden wat wij vandaag hebben. Respectvol en
liefdevol met elkaar omgaan.
Mochten we prijzen ( Oscars ) toekennen dan hoefde we niet ver te
zoeken.
Heb jij ook zo een ervaring, deel het met ons.
Het kan ons allen inspireren.

EEN INCLUSIEVE MAATSCHAPPIJ.

Wat is dit voor ons ?
Iedereen moet mee kunnen doen in onze samenleving.
Laat ons stellen dat dit het basisidee is. Ben je nu zwart of wit, slank
of dik, ben je atleet of gehandicapt, ben je arm of rijk, altijd blij of
soms triest…
Maar dit realiseren is niet zo vanzelfsprekend. Eerst en vooral is het
heel belangrijk, iedereen te overtuigen zo te handelen, dat iedereen
er kan bij horen. Het begint dus allemaal bij onszelf. Iedereen tot
zijn recht laten komen, niemand buiten spel zetten.
Weg met de buitenspel val.
Dit is het engagement van het Marc Den Dodo verhaal.

IK HEB GEEN TIJD ..

Dit zijn de grote woorden van deze hedendaagse maatschappij. Ik
heb geen tijd voor wat ? Even tot rust komen, tot stilte, tot aandacht
voor het echte leven, voor de dingen die zin  geven aan  ons
bestaan.
Voor geluk van de kleine dingen. Voor de schoonheid van alles wat
gebeurt in het helpen van een medemens ( zie het verhaal van de
waterdraagster ).
Willen we wel tijd hebben… of hebben we schrik om iets te verliezen,
niet meer mee zijn met de laatste ontwikkelingen ( Brangelina is
niet meer ).
Is dit wel zo belangrijk, mee zijn ? Moeten we wel hip zijn, en alle-
maal pokemons zoeken ?  En fitnessen, en koken, en dat laatste
boek van H.Brusselmans lezen, moeten we wel continu alles op
het net brengen, laten zien hoe gelukkig we eruit zien ? Welk ver-
haal ik nu weer mee gemaakt heb. Mag ik je wel zeggen dat ik
me dik voel ( ben ), dat ik ongelukkig ben met bepaalde situaties,
en ja, zelfs eenzaam met 376 facebook vrienden ?
Heb ik geen tijd, of durf ik geen tijd te hebben uit schrik uit de boot
te vallen. Een boot die razendsnel stroomafwaarts gaat.
Maak nu tijd, kruip in je pen, schrijf iets over jouw eenzaamheid ,
over jouw visie over hoe we samen gelukkiger kunnen zijn. En
schrijf me niet : ik wil de lotto winnen.  Die heb je al gewonnen
op de dag van je geboorte.
Heb je al je vrienden al voorgesteld om vriend te worden van
Marc Dendodo ? Een verhaal van ik vind je lief, en ik heb je lief.

IK BEN 66, H. CLINTON 68, TRUMP 70, EN B. SANDERS 74

IK  BEN  66,  H. CLINTON 68,  TRUMP  70  EN B. SANDERS 74.
De macht aan de jeugd, is nogal eens de leuze. 20 jaar geleden, was
iemand van 50 oud. Vandaag de dag is het net alsof de grijze wijs-
heid terug in is.
Blijkbaar ontstaat er een zeker gevoel van veiligheid rond mensen
met een pak levenservaring. Waarom zou ik daar ook niet aan mee
doen ? En jij, den Guido, ons Wendy, den Rudi, den Luc en ons
Brigitte. Allemaal stuk voor stuk opa’s en oma’s. Mensen die wel
iets te vertellen hebben, en vooral onbezonnen kunnen spreken.
Join the club, al beperk je het tot geven van enkele goede ideeën.
Trek je das recht, en spring over tafel. We doen allemaal samen
een Bernie Sandersken, of toch liever een Saganneken.
We need you  !

VARKENSGRAS, MURE, TENGELS EN ANDER ONKRUID.

Wat je ook gebruikt, ze zijn niet te verdelgen. Hoe meer je ervan uit-
trekt, hoe meer er komen. Soms begrijp je het niet. Is uitroeien dan
niet de oplossing ? Ja, alleen, als men het grondig doet.
Zoiets vergaat het in ons Belgisch strafbeleid. Je moet inderdaad
iets doen met mensen  die de normen en waarden van hun maat-
schappij overtreden !  Deze normen en waarden zijn vastgelegd
in allerlei leefregels en wetten. En iedereen wordt verondersteld ze
te kennen.
Maar eerstens, veelal is dat kennen tegenwoordig nogal vaag. De
regels worden amper nog aangeleerd  ( gezin / onderwijs ) en van
de wetten hebben ze met hopen gemaakt de laatste decennia, om
niet meer te volgen.
En bij afwijking t.o.v. die normen en wetten gaat men net tekeer als
bij onkruid, men rukt het vuil weg, maar men vergeet de wortel.
De wortel wordt niet aangepakt, en er volgt geen herscholing. Het-
zelfde komt terug.
Wat baten kaars en bril, als den uil niet zien wil..

MULTICULTUREEL ?

Ja, het wordt ons door de strot gedrukt. We dienen ( moeten ) alle –
maal open staan voor een multiculturele samenleving. Respect voor
elke cultuur. Maar hoe ver gaat dit, en is het ook wederzijds ?
Natuurlijk gaat dit zo ver mogelijk, en natuurlijk is het ook omgekeerd.
Dat zou het ideale model zijn.
Maar stel nu eens dat jij in jouw geboorte maatschappij gewoon
bent aan orde, rust, stilte. Beschaafd naar onze normen dus.
Hoe ga je dan om met een andere cultuur, die typisch alleen maar
schreeuwen, paniekerig doen, en bovenop alleen maar dat drukte-
gedoe.. Wat doe je dan met je gevoelens, die continu onder druk
komen te staan, opdat je geen mogelijkheden hebt datgene af te
dwingen wat tot je eigen cultuur behoort.
Wordt je dan gefrustreerd ?
Hoe sterk moet je niet zijn, om de stap naar racisme niet te zetten,
want als je op een beleefde manier vraagt om wat rust, wordt je
nog uitgekafferd.
Gaan verschillende culturen echt wel samen, en in welk midden
treffen ze zich, om samen te kunnen leven.
De gevangenis is daar een typisch voorbeeld van.
Hoe ver gaat tolerantie, zeker dan nog als over-bescherming van
één of andere cultuur schering en inslag is.
Mogen we dan eisen dat onze basis normen en waarden worden
gerespecteerd ? Mogen we om sereniteit, rust, respect voor een
origineel Vlaams leven vragen, of is dit not done ?
Is multicultureel samenleven wel haalbaar, gemiddeld gezien ?

MARC DEN DODO .

Marc Den Dodo

 

Geschreven door B.I.W., een believer in de Ideale Wereld.

 

 

Inleiding :  Ooit meer dan 400 jaar geleden.

Marc, is de naam van een dodo. Een dodo is een soort plompe vogel  ( duivensoort ) die vaak afgeschilderd wordt als dom, maar recent onderzoek suggereert  dat we dat vooroordeel toch echt moeten herzien.

Dino’s en dodo’s zijn de meest tot de verbeelding sprekende uitgestorven dierenrassen.

Onze Marc leeft niet op exotische stranden, maar wel in een heel speciale biotoop, met name de gevangenis. Ook daar is hij als mens – vogel, die fladdert tussen de massa, bedreigt.

Volgens de legende zouden de Nederlanders de dodo’s op het eiland Mauritius uitgeroeid hebben. Studie zou aantonen dat we het echter meer moeten zoeken in het gewroet van varkens, honden, ratten en apen, die het ook gemunt hadden op het gebroed, de eideren, en zodoende het uitsterven van de dodo in de hand hebben gewerkt. Ook het kappen van bomen is een belangrijke factor geweest.

Wij kunnen deze situaties best doortrekken naar onze tijd.. en daarom ook smeken wij om verandering, en bescherming, van alles wat op deze aarde nodig is tot een beter leven voor iedereen.

 

Ons verhaal is passend hierin, luister even mee naar Marc zijn verhaal.

 

Ik ben Marc, afkomstig van Marcus.  Niet van den evangelist, maar van Gent.  Op mijn werk noemen ze me PA-er of PB – er, naargelang hun mutse staat… die A of B, want C een n’est er nie, staat voor ambtenaar of bediende.

Ik geef  ‘ penitenties ‘.

Vroeger was dat voorbehouden voor pastoors, maar nu doet het Ministerie van Justitie ook al zo moeilijk, ze spelen voor ambetanterik, ipv. gewoon te zeggen ‘ cipier ‘, dat verstaat iedereen. Maar ja, de Minister van Justitie speelt graag voor God. Zo spreken ze ook van een Penitentiaire Instelling, bij ons noemen we allemaal  PIG  ( in’t roze ), en dit wil eigenlijk zeggen Penitentiaire Instelling Gent. Of in ’t Gents : ‘ De Nieuwe Wandelinge ‘.

Het kan maar zo simpel zijn, maar je kent dat hé, al dat psycho- en criminologen gedoe.. het moet wat schoner klinken. Voor mij is het al heel moeilijk, penitentiair ambtenaar in een penitentiaire instelling, wa n’en heilige benne kikke ! Eigenlijk ben ik liever cipier, ‘k weet nie goed wat da woord wil zeggen, maar mijn Guilia verstaat dat tenminste, en dan weet ze ook wat ik dagdagelijks doe.

Maar weten jullie dat wel, heb je interesse om te vernemen wat ik zoal doe op een dag. Ja, over vele werken moet ik u niets uitleggen, dat weet iedereen al.. maar wat ik tegenkom … Daarvoor moede port-to-hell-o lezen, en wie wil da lezen… dus vertel ik het maar.

Wil je het horen… ik noem het, het verhaal van de dubbele liefde, zie je dat ik Marcus heet ! Den evangelist hé, in ’t kort dus Marc. Een verhaal over n’en andere even graag te zien als jezelf. Over luisteren, tijd nemen, over een beetje courage geven, over wat oppepperen. Ja, al eens iets doen dat anders is dan de regels, want daar hebben ze er hier toch tevele.

Als kind droomde ik er al van, cipier ( ofte PA-er / PB-er ) te zijn. Die boze wolven de les spellen, hen in de hoek zetten, hen hun verdiende loon geven.. hen doen afzien.. want da’s toch wat ze maar verdienen. Maar gelukkiglijk leerden m’en ouders me andere inzichten… Respect noemden ze dat, een moeilijk woord, maar eigenlijk bedoelden ze dat iedereen wel iets doms kan overkomen, en dat er andere redenen kunnen zijn, dan datgene wat vlug voor de hand ligt. We hebben er allemaal een beetje schuld aan, en die mensen dienen niet gestraft, maar geholpen te worden. Gewoon omdat ze via God  (Liefde) mijn broer of zus zijn, en dus evenwaardig.

Ik besloot een cipier-hulpverlener te worden.

Op Selor ( je kent da wel, dat arbeidsbureau van de ministeries ) stond dat je geen diploma nodig hebt voor cipier, ahwel dat was goed gevonden, en dat paste perfect voor mij. Ik wist het, op een dag vind je de job van je leven. Het betaalde wel niet zo vet in euro’s, maar er is meer in’t leven dat telt, dan geld alleen. Ik wist het, levensvreugde, da’s waar het om draaide. Iets doen wat je graag doet, en waar je zelf je werk zowat kan regelen, in handen hebt. Zie je mij al staan aan de band, met een lijnchef, een afdelingshoofd, een onderdirecteur, een directeur, e ja hoor, zelfs een baas boven mijn hoofd. Neen… dat was niets voor mij.

Ik koos voor een moderne ingevulde job, met eigen verantwoordelijkheden. Maar o wee… mijn basis werd De Nieuwe Wandeling, een gebouw van meer dan 150 jaar oud. Op het eerste gezicht een mooi historisch gegeven. En historisch, da was het wel..  bij het Gravensteen kon ik me wel de middeleeuwse toestanden voorstellen, maar de NIEUWE WANDELING, da leek zo fris, zo nieuw, zo bewegingsvol.. kortweg modern dus.

Na korte tijd, had ik nog nooit zoveel sterren en strepen gezien, ik verstond het bijna niet, één ster.. meer sterren… sterren met en zonder strepen.. witte-rode strepen, en regels… ik mocht niets en moest alles.. da was niet voor mij. Waar was mijn vrijheid ? Ik zat gevangen in mezelf, midden de bandieten, je weet wel die andere gevangenen. Miljaar, miljaar… wanne boel is dat hiere.. ?  Da kon niet. Ik zou dat eens gaan veranderen… tientallen voorstellen zette ik op papier.. maar het was als Chinees, wie begrijpt er da . Gents klapt hier een beetje iedereen, zelfs de  Turken en de Marokkanen, en daar hebben ze er n’en zak van in den bak. Maar mijn Chinees, nee hoor, zelfs de vakbond wou me niet begrijpen.. en alles bleef zoals het was, de goede oude trend, typisch voor een overheidsadministratie.

Mijn besluit stond vast. Marc, verander niet wat je niet kan veranderen, maar verander zelf. Ik wisselde het geweer van schouder, en dacht aan mijn ouders, hun wijsheid, RESPECT, daar zou ik iets mee gaan doen. Ik haalde de mosterd bij Fredje Tierentijn in Gent, en bij het evangelie van Lucas ! De weg van Christus, van Galilea naar Jerusalem.

Ja, ik werd Marc – de cipier – verpleger.

Ik zou mijn arbeidscontract volbrengen, maar ook daarbij wat peper en zout gebruiken. Ik zou proberen wat kleur en warmte te brengen binnen deze grijze muren.

En nu hebben we bijna nog niet gelachen ! Maar is dit wel om te lachen ? Is lachen hier wel toegestaan ? Is de situatie niet zo pijnlijk en droevig dat lachen uit den boze is ? Ik weet dat ik geen grootse dingen kon doen, dat ik deze wereld niet ideaal kon maken… maar ik zou mijn best doen om hier en daar een lach te veroorzaken. Een straaltje zon in duistere tijden… Ja, dan zou ik iets veranderen.. zou ik misschien wat hoop brengen in bange dagen. Dagen dat een mens zich rot voelt, dat een mens het efkens niet meer ziet zitten.. en waar de rest van de wereld onbereikbaar is. Ja, dat was mijn taak, luisteren naar al dat droevigs.. en ja hoor, ik heb wat meegemaakt, een ganse encyclopedie kan ik erover schrijven.. maar ik moet me beperken in tijd, dat was een afspraak.

Maar nu begint het, met wie beginnen we ?

Er was Barabas, Juul, Sven, Gesus, Olivier, Marnix Van St. Aldegonde, Mohammed, Mohammed, Mohammed, en nog vele honderden, duizenden anderen. Elk met hun eigen verhaal, moordenaars, verkrachters, dieven, halve gekken, en ja hoor, zelfs fraudeurs. Jonge, oude, van alle leeftijden, maar vooral miserie, en daar bovenop wiet, ja, alles stonk naar de wiet, je weel wel de 4711 Eau de cologne van de Nieuwe Wandeling. Maar ik maak een beperkte selectie.

Cyriel.

Je hoorde hem kloppen, stampen en roepen in de ganse Nieuwe Wandeling. Dag en nacht, en om het uur, en het duurde meestal een uur… ziede ze kijken.. ze bespieden mij.. en nog veel meer. Cyriel zat hier al ontelbare jaren toen ik hem leerde kennen, op het negende, achteraan, om de hinder zo beperkt mogelijk te houden voor anderen. Zijn plaats is hier niet.. neen, dit is geen jongen voor den bak.. maar men stopte hem vol met pillen, en de meesten sloegen zijn deur toe, en dan sloeg hij zijn stoelen zonder poten. En vloog hij in afzondering, de naaktencel, geen oplossing. Ik heb hem, tegen alle regels in, geholpen. Normaal mag je maar 10 foto’s op cel hebben, en die mogen alleen opgehangen op een prikbord. Mijn kloten. Al die domme regels. Ik plakte zijn muren vol met mooie bloemen, en zichten van bergen en andere wereldwonderen. Het was kleurrijk, vrolijk, warm… maar het werkte. De tegeltjes en de duivels zaten weggestoken. Zijn cel ( thuis ) was een stukje grootse wereld geworden. Niemand begreep het, maar de rust was een feit, en Cyriel sloeg geen stoelen maar kapot, maar zit er nog steeds.

Den Emiel.

Ja, da’s weer een ander paar mouwen. Hij was een jonge dertiger toen hij hier 14 jaar terug binnenkwam. Een tuinaanlegger, een noeste werker, altijd druk bezig, geen tijd voor niets, ook niet voor zijn vrouw. Met alle gevolgen van dien. Zijn buur hielp hem een beetje, en hij hoorde er eigenlijk niets van, of bijna niets, tot hij kort na de middag eens naar huis ging, en ja, ’t was van da…     Je weet, soms is een buur beter dan de eigen familie. Hij kookte toen hij de waarheid voor ogen zag, en vroeg haar : ” ahwel, ziede hem geirne ? “…   ” Maar neen “, en toen heeft hij haar doodgeslegen, zomaar, omdat ze loog tegen hem… da doede toch nie tegen uwe vent, liegen. Had ze nu nog toegegeven… In de dagen van het assisenproces had hij Jef Vermassen gekozen als advocaat. Art. 71 zouden ze pleiten, onweerstaanbare drang, maar de procureur gewaagde uit het onderzoek van ” was in kennis van… en heeft speciaal zijn job verlaten”.  Het verdict was duidelijk :  levenslang. Een hoop ellende was het, vrouw dood, 2 jonge kinderen, alleen thuis. Wat maak je dan van je leven. ? Hij was hier de vriendelijkheid zelf, maar zat altijd te wenen, verlaten van iedereen. Niemand uit zijn normale leven zocht nog enig contact. Hij was totaal afgeschreven voor de buitenwereld. Hij zocht ook nooit naar een nieuwe relatie, hij had geen vertrouwen in niemand, en wou vooral niet opnieuw gekwetst worden. Neen, dat nooit meer…. Wij hebben hem hier wel goed gebruikt, hij is onze tuinier, en sindsdien ligt alles gelekt en gelepeld; geen kruidje, geen vuiltje, alles netjes gesnoeid.  Maar met hem  is het nog steeds niet zo netjes. Alhoewel we het eigenlijk niet mogen, maar vooral ook minder en minder tijd voor hebben, probeer ik af en toe een kwartiertje naar hem te luisteren. Ik heb het gevoel dat dit voor hem zo zijn portie vitamientjes zijn. En wie kan er overleven zonder vitamines ? Oh, zo spijtig dat we alle dagen al die papieren moeten verleggen, en van die talrijke handelingen die steriel zijn, en niets teweegbrengen. Als het dan moet, laat er dan 5 ontsnappen ipv. 10.000 hun leven te verpesten. Het is een keuze. Voor mij zonneklaar.

Den Marnic.

We hebben al van alles meegemaakt. Halve gekken, bendes, drugsdealers, ook intern, de zwaarste criminelen, landlopers, je kunt het je allemaal niet voorstellen. Als ik zeg één grote soep, Gentse waterzooi, een mengelmoes… dan is niets gepast. Echt het ongelooflijke.  Maar den Marnic, dat was weer iets speciaals.. nog nooit gezien. Uiterlijk deftig, geleerd, voornaam… maar bij een stapje dichter, één vat vol frustratie.. in het begin noemden we hem ” Mr. Doctoor “, maar kort nadien ” dienen lastigaard “. Iedereen werd er nerveus van.  We waren zelfs speciaal gebriefd geen duimbreed toe te geven aan zijn gezaag. Hij zat hier onschuldig ( zoals iedereen ) voor 11,5 jaar, fraudeur noemen ze dat.. sociale dumping noemde hij het zelf.. in den bak zitten om mensen werk te geven, was zijn grote frustratie.  Niet ik, maar de ministers en de Eurparlementsleden zouden hier moeten zitten… maar wij verstonden da nie.. en we dachten.. ja, die zal wel zijn villaatje hebben in Spanje of Turkije. En als de rechter dat beslist heeft, zal het wel juist zijn, en dat zijn slimme mensen, en dienen Marnic zit wel hiere hé, dus zo sim is hij ook niet… Laat hem maar blazen.. hij is een klant van ons. Maar ik dacht anders… zoals de Carrefour, voor iedere klant moet je vechten.. en ik wou wel wat meer weten.. ik hoorde wel eens over zijn veel geschrijf. Allerlei voorstellen, klein en groot.. en nog zoveel meer.. die man had echt iets te vertellen en ik ondervond alleen beleefdheid van hem.

Dat gezaag was helemaal nie zo erg, en eerlijk, wat hij zei, leek me meestal terecht. Zeer eigenaardig… die man vocht meer voor ons dan voor zichzelf.. hij was een laatbloeier van mei ‘ 68, en had het in zich, dat van die dubbele liefde, een ander zo graag zien als jezelf. Ik kon me daar wel in vinden, en offerde hem af en toe wat luistertijd Ook hem deed dit heel veel deugd, hij bedankte mij ervoor. Hij doopte mij tot Marc Den Dodo, en hij had er zelfs een speciaal verhaal bij.  Ja, dit was nen specialen, hier in onze Penitentiaire Instelling Gent. Hij wou den bak afbreken ( nu ja, ’t was n’en aannemer geweest ) en ik geloof hem wel… den bak is oud, van Napoleon zijn tijd, en het zijn oude, maar geen wijze mannen die nog altijd straffen.

Ik geloof in het dodo-gebeuren, en dit na alles wat ik hier al heb gezien en meegemaakt. Er klopt iets niet, ’t is natuurlijk nie aan mij om alles af te breken, maar ik doe wel mijn best, datgene wat ik kan doen… een dodootje doen, een beetje zon zijn tussen de muren. Ga ik nog even door… al weet je ondertussen waar de klepel hangt in den bak.

Hebben we nu gelachen ? Niet echt hé… maar ik had U gewaarschuwd. Dit is geen situatie om mee te lachen. Het is veel te ernstig eens je er zelf tussen zit.

Hetzij als werknemer, hetzij als veroordeelde.

Want dit is het meestal wel voor hen :   ” VEROORDEELDE “.