HOE KAN IK MEZELF GELUKKIG MAKEN ZONDER EEN ANDER TEKORT TE DOEN.

Een retorische vraag ,waar meestal niet wordt bij stilgestaan. Maar
ondanks een zeer essentiële vraag. Geen existentiële vraag, meer
een ethische vraag.
En wanneer we over ethiek praten, kan men meestal verschillende
richtingen uit. Wat voor de ene verantwoord is, is meestal niet zo voor
een ander.
Moet ik eerst mezelf gelukkig maken, om dan voor een ander geluk
te kunnen brengen ? Of dien ik eerst geluk te brengen bij een ander,
om daardoor mezelf gelukkig te maken. En door deze twee zinnen
kom ik terecht bij onze titel. Kan ik mezelf wel gelukkig maken, zon-
der tekort te doen aan een ander.
In hoeverre staat het streven naar eigen geluk niet in de weg van een
ander zijn geluk.
Persoonlijk ben ik overtuigd dat men eerst moet streven naar het ge-
lukkig maken van anderen, pas dan maakt men zichzelf gelukkig,
zonder dat dit ten koste is van die andere.
Indien men eerst voor zichzelf werkt ( gelukkig maken ) zal dit wel al-
tijd ergens ten koste van iets van een ander zijn. Dus is er maar één
weg, eerst voor een ander zorgen, en dat zal zorgen voor je eigen
geluk.

TRUMP IS TROP, EN TROP IS TEVEEL.

Soms  is een beetje veel, letterlijk te veel.
De laatste weken, maanden staan onze media vol nieuws van het
hanengevecht tussen Hilary Clinton en Donald Trump. Ik ben het een
beetje zat aan het worden.
2 niets-zeggende kemphanen, waarvan één straks de helft van de
wereld in handen heeft. Ik heb me laten verleiden om tot 3 maal toe
hun (ttz. voor ons ) nachtelijke monsterdebatten te volgen. En tel-
kens was ik diep ontgoocheld over het lage niveau van deze debat-
ten.
Ik durfde het nog niet te schrijven, omdat ik dacht alleen te staan met
deze gedachte.
Maar toen ik daarna Frieda Van Wijck hoorde, die net hetzelfde ver-
telde, dacht ik  : ” Oei ! “. Is het dan zo triestig gesteld met onze me-
dia, dat alleen nog dergelijke opgefokte evenementen, de nieuws-
garing van de dag zijn ?
Twee duur betaalde zenders waren bezig met nachtelijke – en extra
nieuwsuitzendingen, voor iets dat amper 50.000 mensen lokten… Ja,
de VS bepalen een groot deel van ons leven, maar er is wel veel
meer en interessants over de VS te vertellen dan die twee kempha-
nen.
Soms stel ik me grote vragen rond het ware belang van dergelijke
politieke TV-debatten. Buiten het show-gehalte, en dan nog, worden
we niets wijzer. Laat het dan nog uitgezonden worden door een privé
zender, dat is hun keuze.
Maar een openbare omroep ?…
Voor mij was het grote debat een grote flop.
Een volgende keer houden ze me niet meer wakker.

WAAR ZIJN DE ECHTE JOURNALISTEN ?

k heb het al ergens neergeschreven.  Zijn de media een bedreiging
voor de democratie. Ja, ik heb meer en meer het gevoel dat dit zo
is. Ik verklaar me nader . Nieuwsberichtgeving wordt tegenwoordig
zo sensationeel, maar vooral oppervlakkig gebracht, dat mensen dit
klakkeloos, zonder na te denken geloven en volgen.
Feiten zijn natuurlijk feiten, maar er wordt zo weinig duiding gebracht.
Journalistiek was vroeger : de feiten brengen, maar vooral de waar-
heid achter die feiten. Als vandaag politieker mr. X dit zo brengt,
loopt iedereen hem na, en is deze of gene stelling het top-item van
de dag. Geen 6 u later brengt mvr. Y een tegengestelde stelling, en
iedereen gaat daar dan achter lopen.
Er worden niet eens vragen bij gesteld.. zoals : wat zit er achter deze
stelling, hoe zinvol is het wel..
De sociale media doen ons contradictorisch genoeg, continu in een
winterlandschap leven. Alle stellingen krijgen zo snel een lawine van
bemerkingen over zich, dat na enkele uren alles ondergesneeuwd is,
en er nog weinig achter blijft van het oorspronkelijk gegeven. Op dan
naar een volgende stelling.
Begrijp me niet verkeerd, de sociale media zorgen ook voor een ver-
breding van de vrije meningsuiting, iedereen kan nu zijn verhaal bren-
gen. Maar ik mis soms wat diepgang, en dan al zeker van de beroeps-
pers. En juist daar zit een groot gevaar, vooral voor de creatie van
volksdemagogen.  Voor hen die het goed brengen worden de rode lo-
pers uitgerold, met alle gevaren van dien. V.I.P.’ s krijgen veel meer
forum dan critici, die wel iets te vertellen hebben.
Het moet echter verkopen, en ja, ook één, een zender van de gemeen-
schap, bezondigt zich meer en meer.

MIJN V I P – CLUBJE.

Beste Marc Dendodo vriend, ja, jij hebt het grote geluk te behoren tot
een beperkt VIP-clubje, van mensen die het geluk hebben in mijn
binnenste te mogen kijken. Telkens ik iets schrijf stel ik me de grote
vraag : ” waarom doe ik dat ” ? Wat brengt dit bij tot een betere wereld?
Wel, het maakt me gelukkig, want schrijven zit me in het bloed. Ik
oordeel niet over goed of slecht schrijven, maar in mijn huidige situatie
is het een noodzakelijke uitlaatklep voor vele frustraties. En hoe kan
ik geluk verkondigen  en/of brengen bij anderen, als ikzelf niet geluk-
kig ben.
Het zijn allemaal meningen, ontsproten aan een heel specifieke transit
periode uit mijn leven, hoe ik het leven ervaar en zie door mijn roze
bril vanuit een zwart gat, de dooze met name. De plaats waar alleen
beton je hart omwalt.
Dus ja, er zit veel cynisme tussen, maar vooral ook hoop. En die hoop
put ik vooral door jullie vriendschap. Ja, ik weet het, op Facebook is
men vlug vriend, maar ik zie daar nog altijd de hogere betekenis van
in.
En net daarom doe ik het, ik wil jullie graag daarvoor bedanken, en
daarvoor mijn gevoelens vanuit die ingesloten wereld brengen, als sti-
mulans naar jullie allemaal om te zeggen dat we als vrienden, dage-
lijks ons uiterste best moeten doen om Wopia groen te houden.
Er is veel verdriet in mijn hart, maar ook heel veel hoop, en dit dank
zij jullie steun. Dank U om mijn vriend te willen zijn.

HET IS DE SCHULD VAN DE 60+ ER.

Nu zullen 30% van de Vlamingen op hun achterpoten staan. Maar
dit is maar een sloganneske titel om jullie allemaal uit “je kot te lok-
ken”.
Het loopt niet lekker met onze maatschappij. Naast de dagelijkse
struggle for life ( die heden ten dage niet te onderschatten is ) kam-
pen we allemaal met een sterk gevoel van onveiligheid. We zijn
zo bang ons bezit kwijt te spelen, en dit door allerlei, steeds maar
groter in aantal wordende bedreigingen. Onze welvaart is blijk-
baar in gevaar. En we hebben het moeilijk om te delen…
Ja, Kom op tegen Kanker en een crowd funding voor Jordy’s be-
grafenis gaan we wel steunen.. om ons geweten wat te sussen.
Echter, breder dan dat, wordt het moeilijker.
Algemene eerlijke maatschappelijke herverdelingen kunnen we niet
aan. Don’t touch me. Eerst de rijken. En er zit wel wat in. En nu
komen we op onze titel.
In de eerste 35 jaar na WO II, heeft het groot kapitaal zich hersteld,
en terug enorme reserves opgebouwd. In 1945 lag de wereld plat,
maar in ’80 stonden we terug als nooit tevoren.
De generaties politici van toen tot nu hebben onvoldoende inge-
zien dat ze dienden in te grijpen om de opbrengsten van het kapi-
taal , die vanaf toen groter was dan de groei van de economie
(arbeid ) , meer ten dienste te stellen van de ganse maatschappij.
Een kleine groep mensen bezit ondertussen de wereld, en werkt
alleen om zichzelf machtiger te maken.
Aan de andere kant is de armoede alleen maar toegenomen, waar-
bij armoede ook vaak staat voor wanorde, met alle gevolgen van
dien.
Juist daar wringt het schoentje. Armoede bedreigt ons allemaal.
Nog steeds laten we toe dat mensen door de mazen van het net
vallen ( onderwijs, sociale hulp, zorg voor kansarmen ) en juist dat
wordt ons stigma. We willen dit niet zien, en er alvast niets voor
opofferen van onze eigen luxe-leventje.
We vervallen tot het zo vlug mogelijk opbranden van onze wereld,
nu er nog iets is voor ons, en stoten daarmee iedereen die ons
bedreigt af, of tenminste, wat wij aanvoelen als bedreigen.
Waren er in die jaren ’80 en later dan geen mensen die het wel
goed inzagen ? Vast en zeker, er waren bewegingen ( Green
Peace, Agalev ) en waren personen, zoals oa. Paula Dhondt, die
de mensen waarschuwden.
Maar we waren zo begaan met Vlaanderen boven, en België barst.
Die tijd van toen, doet me echter ook teruggrijpen naar de show die
zich de afgelopen weken zich terug afspeelde in onze Nationale
Politiek. Gaan we straks nog een eindeke robberen, en de armen
en ongeschoolden vergeten ?
Zullen de jongeren van vandaag zich ooit verwijten dat het de
schuld van hun 60+ ers is ?

WAAR IS WOPIA ?

Is het een exotische tuin ? Is het een mooi rustig stukje weiland,
omringd met afgeknotte wilgen ?
Om te weten waar Wopia is moeten we misschien eerst eens om-
schrijven, wat is Wopia ? Wopia is de plaats, het moment, waar wij
allemaal Utopia beleven. Het Utopia dat al door zovelen gezocht
werd, dienen we volgens mij niet eens zo ver te zoeken.
Is het gelegen naast de mitralisklep, in de bundels van Purkinje,
achter de aorta ?  Ja, U bent er al, het ligt in ons hart.
Utopia is het land van liefde voor elkaar. Wij maken allemaal elkaars
Utopia.
Samen maken we de ideale wereld, Wopia, de wereld van wij en
Utopia. Wopia is overal waar wij zijn, mensen die lief zijn voor elkaar.

” KIRIR GA TERUG NAAR MAROKKO “

Wij verkloten het discriminatie debat.
Dit zouden de woorden geweest zijn, uitgesproken in ons nationaal
parlement. Juist tegen iemand die een exponent is van wat we van
immigranten verwachten. Met name iemand die volkomen geïnte-
greerd is, en ook respectvol omgaat met alles en iedereen. Zie
haar grootmoedige manier om excuses te aanvaarden.
Mevr. Kitir is een voorbeeld van hoe het kan, maar spijtig genoeg
loopt het in de meeste gevallen mis. We gaan het hier zeker niet op-
lossen, maar misschien wel even de vinger op de wonde leggen,
wonde die we trouwens zelf veroorzaakt hebben. ( Zie ons artikel
de 60+ zijn de schuldigen )
Knacks hoofdredacteur Bert Bultinck stelt de vraag, hoe het komt dat
een zwart lichaam van bij de geboorte altijd veel meer gevaar loopt
dan een blank lichaam, op vernedering en exploitatie.
Wel ik ben met name niet akkoord met die stelling. Het is niet de clash
der lichaamskleuren, wel de clash der culturen.
Er zijn Europese Afrikanen die wel passen in onze cultuur, en niet
weinig ( zie Kitir ) .Maar hier draait het allemaal om. Iemand die al of
niet vrijwillig in een bepaalde cultuur terecht komt, moet zich inleven
in die maatschappij, en de normen en waarden van die maatschappij
respecteren. Staat dat gelijk aan zijn eigen cultuur afzweren ? Hele-
maal niet, maar waar de gewoontes botsen met de maatschappij,
dien je ernaar te leven.
En dat is nu juist onze zwakte in deze Westerse maatschappij. Ver-
trekkend uit een soort stigma ( schuldgevoel ) over van alles en nog
wat, is er een soort reflex ontstaan om mensen met andere culturen
anders te behandelen. We traden niet streng genoeg op als het er op
aan kwam, onze eigen regels te laten respecteren, met frustraties
bij onze eigen bevolking tot gevolg. Daar juist hangt de klepel.  De
spelregels van de maatschappij gelijk toepassen voor iedereen.
Ik wil het even heel simpel uitleggen. In de gevangenisgemeenschap
leven veel allochtonen of minstens van origine. Het zal U niet onbe-
kend zijn dat deze mensen meestal vrij luidruchtig zijn, op zo’n wijze
dat het voor vele anderen storend is. Mensen hebben af en toe wel
eens nood aan wat stilte en rust.
Er staat in de huisregels ingeschreven dat leden van het huis respect-
vol met elkaar dienen om te gaan, de geluidoverlasten ( muziek ,
roepen enz ) worden duidelijk beschreven.
Als alleen de autochtone bevolking wordt aangesproken, denk je dan
dat dit niet frustrerend werkt ?
Natuurlijk lijkt dit zo minimalistisch als voorbeeld, maar je moet het
maar ‘ c o n t i n u ‘ meemaken.
Je moet geen socioloog zijn om dat te snappen. Is het gelegen aan die
huidskleur ? Neen, het is allemaal te vereenvoudigen tot het laten
respecteren van onze maatschappij regels. Waarom maken we anders
die regels ? En spreek ik nu over straffen ? Neen, helemaal niet, er
zijn genoeg pedagogen die weten hoe dit op te lossen.
Maar niets doen is geen goede optie.

ALLE JONGEREN EEN ENKELBAND .

Straffen, en nog eens straffen. Onze wereld, en vooral onze po-
litici lopen er van over. Zo is er de roep naar nog meer straffen..
Ik walg van mensen die zo spreken. In ons Feniksproject spreken
wij over één van de grondpijlers van delicten, met name de be-
perkte vrijheid van handelen van de delictenpleger. Hierdoor
mogen we spreken van medeverantwoordelijkheid van de maat-
schappij, daar diezelfde maatschappij grotendeels oorzaak is van
het conditioneren van de individuen, tot bepaalde daden.
Een typisch voorbeeld zijn de uitspraken van NVA, ivm. jeugd-
criminaliteit, en het toepassen van enkelbanden vanaf 14 jaar in
het jeugdrecht. Net alsof geen enkele politieker al gelezen heeft
dat het straffen, en al zeker niet de huidige manier van uitvoeren,
enig soelaas brengt. Integendeel !

Wat we zelf doen, doen we beter ( Gaston Geens, jaren’80 ) is
één van de slogans ivm. meer onafhankelijkeheid, en dus ook
verantwoordelijkheid voor Vlaanderen. Welnu, de zorg is een
Vlaamse opdracht op dit moment. En alle zorgverleners weten
dat een start van elke goede zorg, begint met preventie. Dit gaat
over alle sectoren in de zorg, van kind ( jeugd ) tot oud, van
fysiek ( bewegen ) tot mentaal ( zinvolheid, zelfmoorden ). Kortom,
hier schort het.
Geen gebrek aan goede wil, maar aan krachten. En goede krach-
ten dien je te betalen, daar is budget voor nodig. En laat het nu net
dat zijn, wat de politici bepalen. Wie hoort er in den bak ?
Ja, de ministers, en niet om hen te straffen, maar om hen te helpen
eindelijk de goede keuzes te maken. Hoe kunnen, wel wetende en
weldenkende mensen, zo blijven omgaan met hun medemensen.
Opnieuw gaan we pakken in allerlei ” voorzieningen “, opnieuw
gaan we op zoek naar de profiteurs, opnieuw gaan we slachtoffers
maken. Maar , geen zorg, het gebeurt allemaal wettelijk in the holy
name of the budget.
10 dagen resten er ons nog om de 4,2 miljard te vinden. Neen hoor,
voor mij zou dit het dubbele; 8,4 miljard moeten zijn. Want die extra 4
miljard is nodig voor Justitie, Onderwijs, ouderlingen, gehandicapten
kansarmen, integratie, en ga zo maar door, de minimale behoeften
te geven om ” menswaardig ” te bestaan.
Laat ons creatief zijn, en ditmaal de moeilijke weg kiezen, allemaal
samen, voor iedereen samen.
L’ esperanza.

ROEP OM MEER STRAF .

De angstgevoelens onder de mensen zijn oorzaak van vele frus-
traties. Angstgevoelens ontstaan door schrik en onveiligheid, maar
ook door de grote angst om te falen in het algemeen.
We kanaliseren onze frustraties door met allerlei verwijten naar onze
politici te gooien, die ook zelf wild om zich heen slaan door het op –
laten van allerlei proefballonnen, die even snel stranden omdat de
voorraad lucht op is. Er zit geen plan achter.
We roepen niet alleen op om naast iedere burger een politieagent
te plaatsen, we willen ook dat al onze buren den bak ingaan, en dan
nog liefst zo lang mogelijk.
Dan hebben we alles voor ons ‘ik’ alleen, hier op deze wereld, zon-
der de last van anderen.
Maar waar is er enig bewijs dat al dat straffen zoals het nu wordt
gehandhaafd, enig soelaas brengt ?
Behalve tewerkstelling, wie heeft er baat bij ?
Prof. K. Beyens en K. Kloeck, beiden sterk begaan met penologie,
criminologie en welzijn, drukten het recent nog als volgt uit : ” We
blijven bescheiden over de mogelijke ‘verbeterbaarheid’ of maak-
baarheid van de mens via bestraffing in het algemeen.”
Samen met hen stellen we vast dat er geen echt plan is om iets te
doen met een ” straf “, behalve het uitzitten. Eén van de doelen
( rehabilitatie ) van een straf wordt helemaal niet uitgevoerd. Het
heiligmakende ” all-in oplossingsmodel ” E.T. ( elektronisch toe-
zicht ) is ook zo’n inhoudsloze gebeurtenis.
Alleen maar om cijfers naar beneden te halen, en kosten en werk te
sparen.. maar doelloos naar inhoud van een straf.
Een kale uitvoering van de straf, het woord “kaal” doet me zo aan
de minister denken.

HET FENIKSPROJECT . RECUPERANDOS .

Redactie : Marnic De Munck

VOORWOORD :   [  WOPIA  ]

Naïef, dit zal 100 jaar duren om het te realiseren… Dit zijn de woorden die ik zeker verwacht na een eerste doorlezing van velen.

Maar is het naïef te zeggen dat ieder slachtoffer er één teveel is ? Is het naïef dat wetenschappelijke studies, alsook harde cijfers, bewijzen dat ons huidig detentiesysteem niet goed bezig is ? Is het naïef te gaan voor alle mensen uit de maatschappij, en slachtoffer en delictenplegers, en nog zoveel anderen die door de mazen van het net glippen ?

Wij willen gaan voor het land Wopia, wij allen samen voor Utopia, waar iedereen aan zijn trekken komt. Wij proberen een oplossing aan te brengen, passend in een warme, moderne, inclusieve maatschappij.

 

I.  INTRODUCTIE;

 

a) Wat betekent  “gevangenisstraf ” ? Huidige situatie? anno 2016.

Mensen die een delict plegen en door de rechter schuldig bevonden worden, worden door diezelfde rechter gestraft voor hun daden. Alhoewel er momenteel een aantal alternatieven worden uitgetest ( bv. werkstraffen ), is de belangrijkste straf nog steeds de gevangenisstraf ( vrijheidsberoving / beperking ). Ondanks dat er ook hiervoor alternatieve uitvoeringsbewijzen zijn ( bv. enkelband ) worden de meeste van die straffen uitgevoerd door opsluiting in een gevangenis. Dit omdat ‘het gevangen zitten’ gezien wordt als dé straf. Door mensen van hun vrijheid te beroven worden ze gestraft voor hun daden. Een tweede – voor de hand liggende functie – is het afschrikken. Men hoopt dat mensen door het beeld van ‘de gevangenis’ worden afgeschrikt om strafbare feiten te plegen. Dit wordt dikwijls zo verwoord in de beslissing van de rechter. Een derde functie is ( beter : zou moeten zijn ) rehabilitatie. Een gevangenis zou hulp moeten bieden aan gevangenen zodanig dat de kans op recidive verkleint. Een vierde, maar even belangrijke functie is iemand fysisch weerhouden van het plegen van andere feiten.

b) Waar gaat het om ? Cijfers.

Het is al langer bekend dat de cijfers in België niet goed zijn. Er is niet alleen een hoge score wat betreft het aantal gedetineerden per inwoners aantal, maar vooral het hoge recidivecijfer. In vergelijking met de Scandinavische landen en Nederland scoort België zeer slecht.  Eén der oorzaken is de drang om alles te penaliseren. Deze explosie nam een aanvang in de tweede helft jaren ’90 en vooral rond het Millenium. De nummer twee van het Antwerpse parket-generaal Yves Liégeois stelde dit recentelijk nog aan de kaak :  “…..Je kan in België niets vinden dat niet strafrechtelijk is. Dit is waanzin. We moeten aan depenalisering denken…”  ( Knack, 13 juli 2016 ). Ook het justitieplan neemt dit – weliswaar in bedekt – op de korren : zo stelt het plan op pag. 44 – nr.103 en volgende, van Justitie Minister K. Geens ( 2014 ) : ” tot slot krijgt het O.M. meer mogelijkheden tot een buitengerechtelijke of alternatieve afhandeling wanneer de strafvervolging niet opportuun oordeelt. De prioriteiten van het vervolgingsbeleid van het O.M.liggen vervat in de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid. Deze geven aanwijzingen omtrent de toepassing van de strafwetten en concrete richtlijnen wanneer de strafrechtelijke vervolging in elk geval is aangewezen, dan wel alternatieve, administratieve of buitengerechtelijke afhandeling kan worden overwogen. Waar nodig, zullen deze richtlijnen worden herzien en aangepast, in de filosofie van de reductie van het strafrecht.” Zelfs in de USA worden deze eerste stappen ondernomen om het aantal penitentiaire instellingen te verminderen. Zo moeten binnen de vijf jaren minstens dertien detentiecentra sluiten ( zie Canvas roljournaal en Bloomberg T.V. dd. 18 augustus 2016.) Daarnaast is de huidige minister van oordeel dat de gevangenisstraf het  ultimum remedium dient te zijn. Daar waar mogelijk – zoals bij niet gewelddelicten – moeten alternatieve afhandelingswijzen de voorrang krijgen.

c) Aantal gedetineerden.

De cijfers, gepubliceerd in het Justitieplan  van Minister Geens, zijn duidelijk : op 15 februari 2015 verbleven er 11.501 gedetineerden in de gevangenissen. Dat is meer dan 100 gedetineerden per 100.000 inwoners. Dit is een pak meer dan de Scandinavische landen (tussen 55 en 73), Nederland  (62) en Duitsland (75). Het is ongeveer gelijk aan Frankrijk (133) en Groot Brittannië (133). Op 20/8/2016 meldde het RTBF-journaal dat er op dat moment 10.279 gedetineerden in de gevangenissen verbleven. Daarnaast zijn er zo’n 3.000 personen drager van een enkelband. Tijdens de eerste zes maanden van 2016 werden zo’n 1.487 personen van buitenlandse origine teruggestuurd naar hun land om daar hun straf uit te zitten. Tevens werden vele geïnterneerden in de daartoe bestemde inrichtingen geplaatst. Desondanks blijft de overbevolking. Eén van de probleemdossiers is dat de gevangenis in Tilburg voor einde 2016 verlaten dient te zijn en de C-vleugel van Vorst sluit wegens onbewoonbaarheid en de daaruit volgende dringende renovatiewerken. Het bouwen van nieuwe gevangenissen ( zoals Haren – voorzien in het masterplan van Minister van Justitie De Clercq Stefaan ) zal nog jaren aanslepen. Niet alleen wegens geldgebrek, maar ook wegens ontelbare administratieve en juridische obstakels.

d) Het ” uitzitten ” van de gevangenisstraf of een alternatieve benadering ? Situatie nu.

Dat het louter uitzitten van de gevangenisstraf geen enkel maatschappelijk nut heeft, blijkt impliciet uit de hoge recidivecijfers waarmee België kampt. De recidivist wordt bovendien zwaarder gestraft ( door de zgn. herhaling ) maar zal bovendien een langer deel van zijn straf ondergaan ( de zgn. 2/3 regel ). Daarnaast is er de hoge maatschappelijk – budgettaire kost per gedetineerde die begroot wordt op circa 50.000 euro per jaar, per gedetineerde. Het beoogde doel ” een beter mens ” te maken wordt niet gehaald ; evenmin is de rehabilitatie gelukt. Hoe komt dit ? Het is een gemeenplaats te stellen dat men in de gevangenis gelijkgezinden tegenkomt. De eerste drie tot vier maanden van het gevangenisleven zijn de belangrijkste en worden beleefd onder het shockeffect. Eenmaal dit punt voorbij treedt een gewenning op en is de materiële detentieschade opgetreden : meestal is men zijn huurpand kwijtgeraakt, is men zijn werk kwijt, en is er ernstige relatieschade waarbij men dreigt zijn partner en/of zijn kinderen te verliezen. Eenmaal dit punt voorbij heeft men nog weinig te verliezen. Komt men uit de gevangenis dan is er ook nog de maatschappelijke stempel die men meedraagt. Hoe verklaart men bv. het tijdshiaat in een cv ? Velen die in de gevangenis terecht komen, hebben geen financieel overschot. Zo is een belangrijk percentage van de gevangenispopulatie kleine drugdealers of daders van diefstallen, die hun daden niet stellen uit extra financieel gewin, maar uit financiële noodzaak om rond te komen in hun dagdagelijkse behoeftes. Door hun gevangenisverblijf, zoals het nu wordt uitgevoerd, komt men in een vicieuze cirkel terecht. Indien ze al werk hebben, zijn ze dit kwijt, komen ze bij vrijlating moeilijk aan werk en uit den node komen ze opnieuw terecht in het criminele milieu. Hetzelfde scenario bij hun woning ( meestal huurpand ) en onstabiele partnerrelatie. Het percentage echt gevaarlijke criminelen is te begroten op circa 10 tot maximum 15 % van het aantal gedetineerden. Het is deze – beperkte – groep die uit de maatschappij moet worden weggehouden. Bij het restpercentage is hulp, opvolging en begeleiding noodzakelijk.

 

II.   TOEKOMST.

 

a)  De grote verandering.

” Ik hoop dat zij die mij hebben neergeslagen minstens voor vijf jaar de bak in gaan. Dat ze hun lesje eens leren want ze waren niet aan hun proefstuk toe. Of het iets gaat uithalen, dat weet ik niet. Ik ben bang voor de confrontatie, omdat ik niet weet hoe ik zal reageren. Er schuilt nog altijd veel woede in mij. ” Dit is de huidige mentaliteit bij de meeste mensen wat betreft delicten en de afhandeling ervan. ” Oog om oog, tand om tand ” is tegenwoordig nooit veraf. Bij overtreding van de normen en waarden in onze maatschappij wordt er nog altijd “bestraffend” gereageerd. De delictenpleger moet als loutering een straf ondergaan om tot inzicht en verandering te komen. De praktijk heeft ons geleerd dat dit niet werkt. Vooral omwille van het feit dat in de praktijk de straf erin bestaat een welbepaalde periode de vrijheid af te nemen van de persoon in kwestie.

Waar respect begint, eindigt geweld !                                                                                                         Op basis van deze krachtige woorden ontwikkelden we een nieuw systeem bij delictenpleging.

b)  Waarom een andere aanpak ?

  • Nu is onze handelswijze bij delicten nog altijd volkomen gericht op bestraffen bij schuldigverklaring.
  • Om objectief te zijn wordt de schuldigverklaring en bestraffing in handen gelegd van een onpartijdig persoon  ” de rechter”.
  • Alle uitgesproken straffen zijn lineair en meestal op voorhand bepaald.
  • Er is geen enkele controle op het resultaat van de strafuitvoering.
  • Er is totaal geen plan in deze strafuitvoering.
  • de bestraffing vermeldt niets rond schuldinzicht, herstel van schade.
  • Kortom de bestraffing omvat uiteindelijk de vrijheidsberoving. Niet meer of minder.   We zijn ervan overtuigd dat bestraffing in zijn huidige vorm van uitvoering totaal nutteloos is.

c)  Wat beoogt ons ontwerp ?

  • Ervoor zorgen dat door “bestraffing” de huidige situatie niet nog erger wordt ( het bezorgen van extra leed aan een medemens ).
  • De klemtoon volledig leggen op verzorgen en genezen in plaats van bestraffen ( een verzorgings-/ of genezingsproces kan best ook een louteringstraject omvatten).
  • Verdere opvolging van de schuldige, ook na het behalen van zijn eindtermen.

d)  Twee fundamenten van ons ontwerp.

1. :  Niemand pleegt delicten in volle vrijheid.  In de meeste gevallen zijn de personen die delicten plegen geconditioneerd door allerlei externe ( en zelfs interne ) factoren. Dit zijn oa. sociale, economische, fysische.. determinerende factoren. We kunnen dus niet echt spreken van ‘eigen schuld’. We moeten dan ook niet bestraffen maar ‘afgeweken verklaren’.  Dit kan met een opleiding en genezingsproces worden bijgestuurd.

2. : Niemand heeft het recht om een ander mens extra leed toe te brengen.  Iets wat met de huidige manier van opsluiting wel het geval is  ( detentieschade , C.Mussche, strafpleiter). Vanuit die filosofie is het dus verkeerd mensen hun vrijheid af te nemen ( opsluiting ) als vorm van bestraffing ( loutering). We zijn ervan overtuigd dat een aantal van onze ideeën gedragen worden door meerdere personen, maar allemaal los van elkaar. Wij proberen alles structureel samen te vatten in één geheel, weliswaar vereenvoudigd en totaal openstaand voor aanpassing. Ook voor de vaak aangehaalde budgettaire problemen proberen we een oplossing te geven. We hopen dat deze basistekst heel wat bijkomende vernieuwende ideeën uitlokt.

 

III.   ONS  VOORSTEL – FENIKSPROJECT – RECUPERANDOS.

 

a)  Inleiding.

We baseren ons voorstel op volgende basisprincipes. Ten eerste gebeuren bijna alle delicten met een vrij belangrijke beperking van de vrijheid, waarbij het eigen rechtstreeks deel van verantwoordelijkheid beperkt wordt. Ten tweede heeft een medemens niet het recht een ander medemens te straffen zodat nog meer leed ontstaat ( detentieschade ). Deze twee basisprincipes doen ons besluiten dat bestraffen ( de vrijheidsberoving op zich) bij overtreding van de regels ( bepaald door de maatschappij) niet de goede oplossing is. Wij kiezen radicaal voor een “zorgtraject” dat plaatsvindt in zorginstellingen .  Wij voorzien dat ‘alle’ overtredingen van de regels dienen ondergebracht in zorginstellingen   ( oa. verkeersboetes, agressie in het verkeer en alle overige criminele daden). In deze instellingen wordt steeds vertrokken van een niet gelimiteerde periode. Iedere persoon die schuldig verklaard wordt, dient een zorgbegeleidingstraject  te ondergaan en dient bepaalde eindtermen te behalen om “ontslagen te worden ” van verdere begeleiding  ( stopzetting zorg = volledig ter beschikking stellen van de maatschappij ). Dit project wordt opgebouwd rond het basisidee van het normaliseringsprincipe  , en het behalen van een resultaatsverbintenis in het zorgtraject, om te voldoen aan de herwonnen volledige vrijheid van handelen.

b)  Hoe gebeurt dit in de praktijk ?

1. Het onderzoek :

Wat het preventief opsporingswerk en de vaststelling van de delicten betreft, stellen wij geen grote veranderingen voor. Deze politionele taken zijn continu in evolutie waardoor modernere technieken ook steeds ingevoerd worden ter aanvulling van het werk. Verdachten ( na onderzoek ) of feitenplegers kunnen waar nodig preventief hun vrijheid benomen worden ( in speciaal ingerichte arresthuizen, bv. één per provinciale hoofdstad). Deze vrijheidsberoving heeft als doel het onderzoek niet te schaden, of de maatschappij te beschermen bij reëel veiligheidsgevaar. Deze periodes dienen steeds zo beperkt mogelijk gehouden te worden. In de onderzoeksfase wordt ook altijd een daderprofiel opgemaakt, dit door een erkend deskundige. Doel is een duidelijk profiel te schetsen van de aanleiding tot het ontstaan van de gepleegde misdaden ( in sommige gevallen kan dit beperkt worden, door de wet te bepalen, tot een administratief P.V., bv. verkeersovertredingen). In die gevallen waar de veiligheid van de maatschappij in het gedrang komt , kan de vrijheidsberoving doorlopen tot aan de procesvoering. De procesvoering is ten einde wanneer het vonnis definitief van kracht is geworden.

2. Het proces en de taak van de rechter.

Het  doel van het proces is te bepalen of een persoon bepaalde wetsregels heeft overtreden. Het is een rechter die dit uitspreekt. Bij een positief resultaat verwijst hij de betrokkene door naar ofwel een leercentrum  (bv. bij verkeersovertredingen ), een sociaal begeleidingscentrum ( kleine vergrijpen, kleinere drugdelicten, dus lichtere overtredingen van de waarden en normen van de maatschappij ) of een zorgcentrum ( vergelijkbaar met de huidige gevangenissen. De rechter kan ook steeds voorwaardelijke of administratieve boetes opleggen ( bv. verkeersovertredingen ). Het uitvoeren van een brede waaier vrijwilligerswerk behoort tot de mogelijkheden binnen de drie centra . In het geval van vrijwilligerswerk of administratieve boetes bepaalt de rechter de grootorde. Eens er doorverwezen wordt naar een zorginstelling wordt de duur bepaald door het zorgbegeleidingsplan en het slagen van de eindtermen. Dit laatste wordt beoordeeld door een onafhankelijke commissie. Fundamenteel verschillend, in dit laatste geval, is dat er nooit een einddatum van het proces wordt bepaald. Het is het oplossingscontract , en de goede afloop ervan  die de einddatum bepalen.

3.   De doorverwijzing naar zorginstellingen.

A. Opvangcentra.  B. Gesloten centra.  C. Half-open centra.  D. Open centra – De Huizen  E. Forensische ziekenhuizen.  F. Eindzorg instellingen. G. Opvolgingscentra – justitie.

We geven vervolgens een omschrijving van elk soort instelling. Het is absoluut de bedoeling te vertrekken van de huidige gebouwencomplexen maar deze meer te gaan opdelen naar hun functies. Op termijn passen we deze zo aan dat er hoofdzakelijk naar het normaliseringsprincipe gewerkt wordt in de plaats van beveiliging, hiervoor kunnen speciale centra gecreëerd worden. Men moet ervan uitgaan dat max. 10% van de populatie werkelijk gevaarlijk  is voor de maatschappij. De geplande nieuwe grote complexen worden idealiter geschrapt ( of minstens aangepast, maar ook ingepast in de nieuwe structuur ). Nieuwbouwprojecten kaderen beter binnen de sectie Open centra – De Huizen. 

A. Opvangcentra.

Het is de bedoeling dat alle personen die door een rechter doorverwezen worden naar een zorginstelling voor onbepaalde tijd, dat deze in deze speciale centra worden opgevangen (enkele van deze centra zouden bv. dienst kunnen doen als ‘hoger beveiligde instelling’. Deze centra zijn uitgerust met speciale teams om een volledig profiel te maken van de zorgbehoevende. Zij bepalen in overleg met de persoon en betrokken diensten een traject en de te behalen eindtermen. De zorgbehoevende werkt met volledig vrije wil mee aan dit traject en ondertekent dit traject ook als een contract. Het is op basis van dit contract dat later bepaald wordt in welke instelling de betrokkene zijn traject doorloopt. De duur van het verblijf in een opvangcentrum is afhankelijk van de werking van het proces tot de afhandeling van het contract. Er is voldoende personneel voorzien om vooruitgang te maken in de dossiers. Voor de centra met minder veiligheidsgevaarlijke personen wordt reeds vanaf de eerste dag ‘zoveel mogelijk gewerkt aan het normaliseringsprincipe  (open-deur momenten, sociale contacten, eigen kledij, enz. ) Van zodra het zorgbegeleidingscontract is getekend door alle betrokken partijen ( betrokkenen, zorginstelling én rechter ) wordt de betrokkene, naargelang het bepaalde traject, overgebracht naar specifieke instellingen. De doelstellingen van iedere instelling dienen duidelijk omschreven te worden. We geven hier een voorzet voor een aantal instellingen, maar het doel is dat betrokkenen kan werken aan de uitvoering van zijn traject. Dit traject stipuleert bv. dat na evaluatie, betrokkene eventueel van een gesloten naar een halfopen – en later zelfs een open centrum kan gaan. Volgens het vooraf bepaalde traject worden bij regelmaat testen afgenomen. Bij het behalen van een positief eindresultaat kan de betrokkene ontslagen worden van zijn verplichtingen. De duur van het traject is dus in geen geval bekend op voorhand. Alleen het eindresultaat, een volwaardig lid van de maatschappij , is bepalend tot stopzetting van het zorgbegeleidingstraject.

B.C.D.E.F. Gesloten centra / half-open centra / open centra De Huizen / forensische ziekenhuizen / eindzorginstellingen.

De zogenaamde tussenhuizen zijn gesloten centra (B ) Deze hebben ook de volledige uitvoeringsmogelijkheden van het traject. Daarnaast half-open centra (C ), Open centra – De Huizen. ( D ), forensische ziekenhuizen ( E ) en eindzorg instellingen ( F). Wanneer een betreffend persoon er niet in slaagt zijn eindtermen te behalen, en dus niet ontheven wordt van zijn verplichting tot reclassering, worden deze mensen doorverwezen naar Eindzorg instellingen. In deze instellingen, worden kleine leefgemeenschappen geïnstalleerd, al of niet met een hoge beveiliging, waar mensen tot het einde van hun dagen kunnen verblijven. Het is de bedoeling hierin zo nauw mogelijk de normale leefsituaties te imiteren. Het is de bedoeling de betrokkenen een zo goed mogelijk leven aan te bieden, zonder extra leed te bezorgen, met inachtname van de beveiliging

G.  Opvolgingscentra  ( huidige justitiehuizen ).

Wanneer iemand zijn traject heeft afgelegd én positief afgesloten, wordt hij ontslagen van verdere verplichtingen en krijgt hij zijn volledige vrijheid terug. De wet zal echter in alle gevallen een opvolgingstraject in werking stellen. Duur en modaliteiten dienen volledig omschreven. Het is pas als dit verhaal is afgelopen, dat betrokkene als volledig genezen kan worden beschouwd.

 

IV.  HET  BUDGETTAIR  PROBLEEM  :  BAKKEN  WORDEN  BANKEN.

 

Een bijzondere titel voor een goedbedoelde uitleg. Inderdaad, terwijl het ganse systeem opgebouwd is op zorg, durven we echt wel spreken van een economisch gegeven. Vooreerst als we het huidige systeem bekijken, stellen we vast dat dit een enorme financiële en economische impact heeft op de maatschappij. Er is niet alleen de directe financiële kost per gedetineerde ( die in België rond de 50.000 euro per jaar geraamd is ), maar er is ook het economisch verlies van het wegnemen van de betrokkene uit de maatschappij ( meestal jonge mensen, in volle economische activiteit ). Daarnaast zijn er de kosten die gemaakt worden door de familie en vrienden ( bezoeken en onderhoud, enz. ) Het verminderen van de recidive door een verbeterd strafuitvoeringsbeleid geeft een rechtstreeks gevolg van minder opgeslotenen ( kan oplopen tot 4.000 personen – referentie zie Scandinavische landen ). De vermindering van strafduur heeft een positief gevolg voor de economische kosten. Daarnaast heeft het kleinere aantal delicten in de maatschappij ( door het minder herval ) enerzijds, een technische mindere kost ( schade), maar ook een hoger veiligheidsgevoel, wat dan weer een positieve flow veroorzaakt. Dit volledig in rekening genomen, heeft de volledige maatschappij voordeel bij deze visie en aanpak. Daarnaast vermelden we nog de enorme vermindering van de psychologische impact op hen die na detentie in het huidige systeem terechtkomen. Als je dit allemaal optelt, creëert men een economische meerwaarde. Daarom ook de voorzet om dit project even van uit een economisch standpunt te bekijken.

Wat bedoelen we hiermee ? Ieder groots project, elke grote revolutie, heden en verleden, denk maar aan de industriële revolutie, energiebevoorrading ( steenkool en elektriciteit ), transport ( autobouwers, Tesla ), de telecommunicatie en digitale revolutie werden door de banken NIET gefinancierd met het geld van spaarders, maar met virtueel geld van de toekomst. De banken gaan als het ware door een virtuele wand, ontnemen het geld aan de toekomst, boeken het op de rekening van de ondernemer op vandaag, die dit trouw met zijn opbrengst van de toekomst, inclusief rente, zal afbetalen. Dit project is een belangrijk maatschappelijk project, dat door zichzelf geld zal opbrengen ( minder uitgaven per jaar 4.000  x 50.000 euro of 20.000.000 euro, 2 miljard op 10 jaar). Dat geld kan nu geïnvesteerd worden in aanpassingen structuren, aanwervingen, omscholing, veiligheidspersoneel naar veiligheidszorg-opvangers. Ook deze extra tewerkstelling zal een positieve flow in de economie genereren.

 

V.  VOORLOPIGE  BESLUITEN.

 

a)  Inleiding

Het grote verschil met de huidige opties ( zie plan K.Geens ) betreffende strafwet en strafuitvoering gaat over ” wie de tijdsduur van het re-integratieproces zal bepalen”, en “hoe dit zal verlopen”. Momenteel is de kerntaak van de strafrechter het beoordelen van de strafbare feiten en de schuld, en dan finaal het uitspreken van de straf. Hiermee wordt enerzijds maatschappelijk herstel en vergoeding aan het slachtoffer nagestreefd. Tevens wordt de dader terechtgewezen en waar nodig de maatschappij beveiligd. De rechter is in huidig voorstel de juiste instantie om in onafhankelijkheid en binnen de perken van de wet te oordelen over het verloop van de strafuitvoering.

b)  Waarin en waarom verschillen we van mening ?

We blijven bij dezelfde procedures maar laten de rechter uitsluitend nog beslissen over de schuldig verklaring en het soort van herstel  ( drie soorten ) :

  • Leercentrum ( werken enz..)
  • Sociaal begeleidingscentrum  ( verslavingen enz…)
  • Zorgcentrum  ( andere delicten.. )

In geval van doorverwijzing naar leer-of sociaal begeleidingscentrum worden de modaliteiten door de wet duidelijk omschreven. Bij doorverwijzing naar een zorgcentrum wat gans ons nieuw voorstel vervat, en waarbij we hier even de samenvatting en het waarom aanhalen.

  1. De duurtijd van het zorgbegeleidingstraject wordt bepaald door een bevoegde commissie en de betrokkene zelf ( dus niet de rechter), procedures zorgtraject en behalen finaliteiten .Uitvoeren en slagen in zijn zorgbegeleidingstraject (toezicht commissie)
  2.  Het zorgbegeleidingstraject omvat de eindtermen die te behalen zijn ( sociale re-integratie ) zie ook de voorstellen van ” De Huizen “, het louteringsproces en de slachtoffer vergoeding.
  3. Het “strafrecht” stapt af van bestraffen en wordt eerder een “bevestingsrecht”van afwijken t.o.v. bestaande regels der normen en waarden van de maatschappij.
  4. Kern van deze stelling is, dat men er proefondervindelijk en ook wetenschappelijk bewezen mag vanuit gaan, dat alle delicten die gepleegd worden bij een beperking van de vrijheid, dat de schuld niet alleen bij de overtreder, maar ook bij de maatschappij legt  ( verantwoordelijkheid).
  5. Allerbelangrijkst is dat in een sociaal georganiseerde maatschappij niemand het recht heeft iemand anders extra leed te bezorgen ( bv. detentieschade door huidig systeem van opsluiting), ook niet aan afgewekenen van het systeem ( delictenpleger).
  6. De ganse stelling gaat er van uit dat een zorgtraject veel positievere resultaten heeft dan een “vrijheidsberovende” straf.
  7. Het is belangrijk ( net als in de Scandinavische landen) de maatschappelijke visie rond delicten en opvang te wijzigen in het feit dat er voor de ‘pleger’ als voor de maatschappij het belang ligt bij zorg en re-integratie. Men moet er van uitgaan dat een verplichte re-integratie ook als een ‘straf’dient beschouwd te worden.

 

SLOTWOORD.

We weten dat nog heel veel ” oningevuld ” is.

Hoe verloopt het herstel en loutering van de slachtoffers ? Hoe verloopt in praktijk het ganse zorgbegeleidingstraject ? Wie bepaalt wat de eindtermen zijn om terug in volle vrijheid te kunnen opereren, met volle respect voor de normen en waarden van de maatschappij ?

Maar daarvoor zijn zeker eminente professoren die passende voorstellen kunnen uitwerken. We wensen maar één zaak, dat alles kan in het werk gesteld worden om het vertrouwen tussen iedereen te herstellen. Tussen delictenpleger en slachtoffer, de maatschappij, de opstellers en uitvoerders van het zorgtraject.

Want alleen vertrouwen kan iedereen vooruit helpen.

Laat ons iedereen zijn sleutel geven tot een goede oplossing, en bij de ‘ Recuperandos’ is die sleutel verantwoordelijkheid.

Duim met ons mee !